
Het is dinsdag 5 september 1978 en bloedheet.
De dorre Povlakte zucht onder de vochtige hitte van het laatste staartje Italiaanse zomer. Het is laat. Maar op het hoofdkantoor van Sefac Automobili Ferrari S.p.A. in Maranello wordt eindeloos gediscussieerd over een nieuwe ophanging voor de hopeloos verouderde Ferrari T3.
Met een matig resultaat op Zandvoort achter de kiezen (Villeneuve 6 en Reutemann 7) en Monza voor de boeg moet er koste wat het kost meer snelheid in de auto. Italië verwacht immers dat ‘hun’ Ferrari gaat winnen. Wie er in zit maakt niet uit zolang er maandag maar een foto van wagen nummer 11 of 12 op de voorpagina van La Gazetta dello Sport prijkt.
Ground Effect is het toverwoord in 1978, maar de geniale Mauro Forgheri heeft zijn kaarten op betrouwbaarheid gezet. De ‘venturi techniek’ is relatief nieuw, fragiel en behoorlijk kostbaar. Met een bewezen concept, enkele slimme aanpassingen aan chassis en nieuwe Michelins zou Ferrari de concurrentie op een zijspoor kunnen zetten. Op het eerste oog een meesterlijke zet, maar in werkelijkheid is Ferrari door intern gesteggel en botte politiek gewoon te laat met de ontwikkeling van een volwaardige grond effect car als Chapman’s Lotus 79 of de Arrows A1 van Tony Southgate.
Het ontbreekt aan middelen en slagkracht bij de mannen uit Maranello. Vooral het laatste hakt er in. Want de achterstand is voornamelijk te wijten aan het regime van Il Commendatore: Enzo Ferrari. De oude eist orde, regelmaat en tucht. Geen verrassingen. Laat staan revolutie.
Vrijdag 5 september 2008. Niemand, maar dan ook niemand bij het kwakkelende Ferrari van dertig jaar geleden zou zich kunnen voorstellen dat er een complete volwaardige raceklasse met ruim 22 identieke Ferrari Formule 1 wagens het daglicht zou zien. Wie dit tegen Forgheiri of Ferrari zou vertellen was ter plekke voor gek verklaard en indien werkzaam bij de fabriek per direct uit zijn functie zijn ontheven.
Toch is het een feit. Een volwaardige raceklasse waar 22 landen tegen elkaar rijden met identieke Ferrari’s. Het is een historische stap voor Ferrari in het bijzonder en een prachtige ontwikkeling voor de autosport in het algemeen. Een startveld met identieke racewagens van dit kaliber hebben wij niet eerder gezien. Met de première van de nieuwe A1GP klasse schrijft Zandvoort in het weekend van 3 tot en met 5 oktober er weer een mooi stuk geschiedenis bij. Saillant detail: Muguello is de primeur is misgelopen omdat nota bene Ferrari de auto’s niet op tijd klaar kreeg.
Een ding staat vast: met dit concept gaat A1GP hoge ogen gooien. Hiermee is A1GP in een keer volwassen. Ferrari houdt een logische slag om de arm met de term “A1GP Powered by Ferrari” Maar in wezen rijdt er straks een volwaardige F2004 door de duinen, achtervolgd door die heerlijke, schrille sound van die magische V8.
Dit nieuwe geluid zet meteen ook vraagtekens. Niet wat betreft A1GP, maar bij het merk Ferrari. Want wat deze massaproductie in formule racen met de legende van Il Cavalino Rampante? Wat doet platte serieproductie met de exclusiviteit van het Italiaanse merk? Lets face it: Ferrari speelt met vuur. Want vanaf 3 oktober is nu ook een een formule Ferrari niet meer exclusief. En daarmee ook niet meer heilig.
De uitdaging voor de marketing afdeling in Modena is om de legende in leven te houden door geschiedenis te blijven schrijven. Dus ook in A1GP. Maar wordt dit een nieuw epistel in de daverende Opera met de historische hoogte- en dieptepunten of stevenen wij af op een slecht geregisseerde sitcom waarbij het alleen maar draait om geld, techniek en de power buttons? De tijd zal het leren.
De A1GP in Zandvoort zal dankzij Ferrari een ode zijn aan al die fans die mannen als Ickx Lauda, Sheckter Villeneuve, Pironi, Berger, Johansson Mansell , Arnoux, Alboreto en al die anderen hun rondjes zagen draaien. En het mooie is, er komen er nu niet twee, maar tweeëntwintig voorbij per rondje. Dus oordoppen in en Forza Ferrari.
