dinsdag 15 september 2009

Gilles Villeneuve vs. Luc Duval



Niemand minder dan Gilles Villeneuve die zijn gekortwiekte T5 op 26 augustus 1979 als grasmaaier gebruikte in de Zandvoortse duinen was de reden dat ik voorgoed verknocht was aan de F1. Let’s face it: dit was het echte werk. Hier kon geen voetbal, ijshockey, laat staan kickboxen tegenop. Er werd openbaar geflirt met de dood die altijd en overal op de loer lag.

Als broekie van 14 moest en zou ik daarom een Grand Prix live meemaken. Vooral omdat coureurs als Sheckter, Vileneuve, Jones en Pironi de status van een rockster hadden. Het racen was dodelijker dan het roken van de sigaretten waarvoor toen nog gewoon reclame werd gemaakt.

Dit waren echte mannen. Met loden voet en haar op de tanden.
Met eelt op de ziel en de binnenkant van de handen.


Zandvoort 1983
Precies vier jaar later was het zover. Gilles was er helaas niet meer bij. Jody Sheckter had zijn Momo stuurtje aan de wilgen gehangen en Pironi was een illusie plus twee benen armer na een doffe knal op Hockenheim. Ik moest en zou daarom een race zien voordat al mijn helden onder de eeuwige kerbstones waren verdwenen. Van het zuurverdiende geld als vakkenvuller bij Albert Heijn kocht ik daarom een Paddockkaart voor de GP van Nederland in augustus 1983.

De Grote Prijs van Nederland
Prijs? Het astronomische bedrag van 200 gulden. De grote prijs van Nederland werd zo voelbaar in mijn portemonnee. Vrijdag was het meteen al raak. Ferrari teambaas Mauro Forgheiri stond radeloos te praten met zijn monteurs: zwaar besnorde mannen die aan de vlekken op hun Fila teamkleding te zien het niet zo nauw namen met lagervet en remolie. Er zat duidelijk nog geen snelheid in de geblazen bolides van Arnoux en Tambay. Ferrari had ervaring met anderhalve liter KKK-turbo’s, maar het magnesium blokje vol ingewikkelde leidingen en rare draden was maar moeilijk te temmen. Bovenop de V6 lag een enorme drukklep die je met sleuteltje 10 kon opdraaien naar astronomische pk-waarden. Elke draai naar rechts was echter een draai dichterbij een ‘totalschaden’ van blok, bak en wie weet wat nog meer.

Saturday morning fever
Op de Zaterdag werd duidelijk waarom er opeens weer gang zat in de scharlaken bolides. Er was dus aan de klep gedraaid. Sleuteltje 10. En om de schade enigszins te beperken liepen beide wagen bijkans op mengsmering. De geur van scooterolie en de gil van zes getergde cilinders gaven het team vleugels en mij het gevoel dat ze bij Ferrari wel wisten hoe ze met PK’s moesten omgaan. Forgheiri was blij.
Vlak voor de kwalificatie werd er zelfs gelachen in de motorhome. Met een tweede plaats voor Tambay was er zelfs euforie. Zoals zovelen stond ik met de camera in de hand trouw te wachten op een mooi shot van Arnoux of Tambay. Totdat een monteur vroeg of ik ook een bordje spaghetti wilde. Ze hadden mij zo vaak aan de deur van het Ferrari motorhome gezien, dat ze mij wel en bordje gunden. Eerlijk is eerlijk: de spaghetti was vreselijk lauw en de saus flauw. Toch heb ik nog nooit zo lekker gegeten. Daar zat ik. Tussen mijn helden van de Scuderia een bord koude pasta weg te werken. Cool!


Zondag Ferrari dag.

Zondag was de dag van de waarheid. Er was ’s nachts nog hard gesleuteld. En aan Forgheiri’s blik te zien had hij de hele vorige avond voornamelijk met Il Commendatore aan de lijn gehangen. De spanning van vrijdag was terug. Uit alles bleek dat Ferrari met een missie naar Zandvoort was gekomen. Het WK lag open. Hier moest worden gewonnen. En dat gebeurde. De samenvatting van de race moet u zeker bekijken op Youtube, beslist de moeite waard. Vanuit mijn perspectief –het dak van de pits- was het een saaie optocht met mooie pitstops. En dankzij Alain Prost en Nelson Piquet lag er lag er opeens een geblazen Ferrari op kop.
Arnoux won. De rest is geschiedenis.

Now and then
Studio sport besteedde die avond welgeteld 600 seconden aan. Mij maakte het niet meer uit. Ik had de drie mooiste dagen van mijn leven en een bord lauwe spaghetti gegeten.
Vandaag, precies 25 jaar later loop ik weer over die lange, kronkelige weg naar het circuit in de duinen. Dit keer dankzij en perskaart die ik van RTLGP magazine kreeg in ruil voor dit artikel. Ik wil graag weten wat er allemaal precies veranderd is.
Helden van toen lopen nu rond als seatholders. De sympathieke Lammers voor team Nederland, Alan Jones voor Australiƫ en niemand minder dan de grote Fittipaldi voor Braziliƫ. Het geeft de klasse cachet. Want laten wij wel wezen, de huidige lichting coureurs mist nog de status plus het charisma van de helden van weleer. Ze racen puur omdat ze talent hebben. Punt. Ook de monteurs zien er niet uit alsof ze graag monteren. En laten wij eerlijk zijn, dankzij de betrouwbare Ferrari V8 en het degelijke chassis valt er weinig te sleutelen. Hier geen gedraai aan rare knoppen of gedoe met de baas.

Bleek gaat nat
De feature race werd onder bizarre omstandigheden verreden. Jammer genoeg kreeg Bleekemolen schakelproblemen en werd een standaard sterk Zuid Afrika uit de race getorpedeerd door Team Libanon. In al het waterige geweld was er een team dat geruisloos zijn werk deed. Dankzij een coureur die elk rondje meer plezier kreeg in de Zandvoortse waterzooi. Wie goed keek zag dat hij steeds later remde en het onderstuur gebruikte als een roer in de regen. Zijn loden voet veranderde geruisloos in eentje van fluweel: bij Bos Uit hoorde je duidelijk dat hier met passie plezier werd gereden. Door Loic Duval, de uiteindelijke winnaar van de Feature race
Mind my words: er zit een vleugje Villeneuve in die man. De onbevangen stuurstijl en roekeloze gretigheid maken hem groot. Qua uitvoering en motoriek is ‘t een houten klaas, maar in een formulewagen een genadeloze killer kaliber Sebastian Vettel.
Laat daarom Loic Duval de reden zijn dat binnenkort een ander mannetje van 14 de magie van de duinen van Zandvoort ontdekt. Want dat racen nog steeds iets magischs heeft, dat staat vast.

Geen opmerkingen: